Onder Heikki Herlin werd KONE een technisch dienstverleningsbedrijf van topniveau. In 1957 richtte het zijn eerste buitenlandse filiaal –AB KONE Hissar in Zweden – op.
Na Wereldoorlog II kreeg KONE de opdracht van de Finse regering om liften, elektrische hijstoestellen en kranen te leveren in het kader van de oorlogsschadevergoeding die aan de Sovjetunie moest worden betaald. Door dit programma was KONE gedwongen zijn capaciteit uit te breiden, zijn productieprocessen te rationaliseren en veeleisende productieschema’s na te komen.
In de jaren 1950 introduceerde KONE zijn eerste groepssturingen, automatische deuren en hydraulische liften. Heikki Herlin droeg in 1964 zijn functie over op zijn zoon Pekka die sinds 1958 administratief directeur was.
Groei door bedrijfsovernames
In 1966 bouwde KONE een liftfabriek in het Finse Hyvinkää. Het jaar daarop werd KONE genoteerd op de beurs van Helsinki en begon het aan zijn internationale expansie via de overname van het Zweedse Asea-Graham en diens Noorse en Deense filialen.
De jaren ’70 en ’80 waren een opeenvolging van overnames. Door grotere en oudere bedrijven dan zichzelf aan te kopen verwierf KONE respect en kreeg het een prominente marktpositie.
Groei door diversificatie
KONE’s expansie beperkte zich niet tot liften. Het bedrijf werd ook een van de grootste fabrikanten van hijstoestellen en kranen en een producent van hoogtechnologische elektronische ziekenhuis- en laboratoriumuitrusting.
Met de toevoeging van Navire Cargo Gear in 1982 en International MacGregor het jaar daarop werd KONE wereldwijd het nummer een op vlak van laaduitrusting op transportschepen. Houtbewerkingsystemen en uitrusting voor pulp- en papiermolens, hydraulische pijpleidingsystemen, mijnbouwuitrusting en transportbanden en speciale staalcomponenten uit KONE’s eigen metaalgieterij, waren andere diensten en producten die het bedrijf zijn industriële klanten aanbood.
In 1987, na 60 jaar lidmaatschap van de raad van bestuur en 46 jaar als voorzitter, ging Heikki Herlin op pensioen. Omdat de Finse wetgeving een cumul van directeur en voorzitter van de raad van bestuur verbiedt, droeg Pekka Herlin het directeurschap over aan Matti Matinpalo, de eerste niet-Herlin op deze positie in 55 jaar, en bleef hij zelf Voorzitter van de Raad van Bestuur.