Of je nu een scepticus bent, een milieuverbeteraar of gewoon in de war: tegenwoordig ontkomt niemand meer aan de discussies over klimaatverandering en de mogelijke effecten daarvan. Een groot deel van die verwarring kan worden weggenomen door duidelijke prioriteiten te stellen: waar moeten we ons op concentreren als we serieus de strijd met het broeikaseffect willen aanbinden?
Verstedelijking is een belangrijke, wereldwijde megatrend die een van de grootste uitdagingen vormt voor duurzame ontwikkeling. Veel planners en besluitvormers leggen de prioriteit bij het begrijpen en leren begeleiden van ons veranderende verstedelijkte leefpatroon – een zienswijze die kan leiden tot oplossingen als ecosteden. Aangezien gebouwen verantwoordelijk zijn voor 40 procent van het wereldwijde energieverbruik, is duidelijk dat de CO2-uitstoot aanzienlijk kan worden teruggedrongen door het accent te leggen op het ontwerp en de energie-efficiëntie van de gebouwen zelf. Jan Klerks, communicatie- en onderzoeksmanager bij het Council on Tall Buildings and Urban Habitat (CTBUH) uit Chicago, is een van de specialisten die zich bezighouden met het idee van een efficiënte én aantrekkelijke stedelijke verdichting zoals die door hoogbouw wordt belichaamd.
Groen bouwen
Klerks weet als geen ander hoe complex duurzame oplossingen kunnen zijn. “Het is soms ontzettend lastig om grip te krijgen op duurzaam bouwen”, geeft hij toe. “Zodra je denkt dat je een duurzaam beleid op poten hebt gezet, kun je erachter komen dat onverwachte tegenvallers de aanvankelijke voordelen volledig tenietdoen. Duurzaamheid is een holistisch, ingewikkeld en interactief systeem waarvan alle onderdelen in elkaar grijpen.” Welke rol speelt het Council daarin? “Een belangrijke missie van het CTBUH is het ontdekken en mogelijk maken van manieren waarop hoogbouw qua ontwerp, ontwikkeling, constructie, beheer en gebruik kan bijdragen aan een meer duurzame samenleving in het algemeen.” Waarom deze nadruk op hoogbouw? “Een verdicht woonklimaat maakt een snellere verplaatsing van goederen, mensen en ideeën mogelijk. Hoogbouw kan hierbij een wezenlijke rol spelen.”
Volgens Klerks is duurzaam bouwen een proces van evolutie. “Het is een proces dat bestaat uit vele kleine inzichten, ontdekkingen, initiatieven en beleidsregels die dienen om gebouwen geleidelijk aan energiezuiniger, duurzamer enzovoorts te maken. Oplossingen zijn erop gericht het energieverbruik, de vervoerskosten en de productiekosten te verlagen en steeds verder richting schone energie, klimaatneutrale ontwikkelingen, etc. te bewegen.”
Hoe weten we wanneer we vooruitgang boeken? Zijn certificeringsystemen als het LEED® (Leadership in Energy and Environmental Design) Green Building Rating System en BREAAM (Building Research Establishment Environmental Assessment Method) zinvolle hulpmiddelen daarbij? “Hoge woongebouwen zijn zichtbare objecten in verdichte stedelijke gebieden en daarmee zeer geschikt voor LEED- en BREAAM-certificering. Dit komt niet alleen door hun grootte, maar ook omdat ze kunnen dienen als hedendaags voorbeeld van duurzame ontwikkeling. Een duurzaam beleid is vooral voor bedrijven die zich met abstracte diensten (zoals financiële diensten) bezighouden een uitstekende manier om uiting te geven aan hun betrokkenheid met en verantwoordelijkheid voor de buitenwereld.”
Wat kunnen we doen met de infrastructuur die we al hebben? Is het de moeite waard bestaande gebouwen te moderniseren? “Aangezien het merendeel van het totale aantal gebouwen uit reeds gebouwde panden bestaat, kan retrofitting van deze bestaande gebouwen veel meer rendement opleveren dan het duurzaam maken van nieuwe bouwprojecten. De retrofitplannen voor de Willis Tower in Chicago en het Empire State Building in New York zijn daar twee duidelijke voorbeelden van.”
Balans en compromis
Het creëren van energie-efficiëntie en een optimale verdichting in gebouwen is altijd een proces van geven en nemen. Het ontwerp van het gebouw moet in balans zijn met de prestatie van het gebouw en de behoeften van de klant. Daarnaast is er een grote rol weggelegd voor de eisen die de locatie binnen een stedelijke en geografische context stelt, de behoefte aan weinig of geen nadelige ecologische invloeden en legio financiële overwegingen – om nog maar te zwijgen van de esthetische en functionele aantrekkelijkheid van het gebouw. Technologische innovaties en richtlijnen kunnen uitkomst bieden, maar het proces wordt gecompliceerd door typisch lokale omstandigheden en de behoefte aan een holistische aanpak waarbij rekening wordt gehouden met de stedelijke infrastructuur. Klerks licht verder toe: “Stedelijke verdichting creëert veel mogelijkheden, maar ook het gevaar dat de verkeerde ingrediënten worden gecombineerd. Het vraagt om een grondig proces van stadsplanning om ervoor te zorgen dat typische stadsfuncties elkaar niet gaan bijten, waardoor er een onprettige omgeving ontstaat.”
De natuur als leermeester
En hoe ziet de toekomst van duurzame gebouwen eruit? Hoe ziet een gebouw met zero-net-energy eruit?
Veel experts geloven dat architecten steeds vaker gebruik zullen maken van biomimicry-technieken om gebouwen beter te laten aansluiten op de lokale omgeving. Klerks legt uit dat bij deze manier van ontwerpen gebruik wordt gemaakt van bepaalde ecologische kenmerken, zoals windstroom en zonnepaden, om het gebouw duurzamer te maken. “Het is een onderdeel van een ecologisch designproces waarin vormgevers proberen bestaande flows in het ontwerp van het gebouw te integreren zodat ze totaal in het gebouw opgaan.”
Daarnaast meent Klerks dat er niet alleen veel ontwikkelingen plaatsvinden op het gebied van energie-efficiëntie en -besparing, maar dat ook de opwekking en uitwisseling van hernieuwbare energie door afzonderlijke gebouwen er veelbelovend uitziet. “Energie zou meer als een netwerkindustrie met verschillende leveranciers moeten functioneren,” aldus Klerks. “Maar hier gaat nogal wat technische ontwikkeling aan vooraf.”
Met deze strategie van ‘nulpuntenergie’ voor gebouwen zou de verwachte groei in de wereldwijde vraag naar elektriciteit bijna gehalveerd kunnen worden, zo wijst een onderzoek door McKinsey uit. Met zo’n positief resultaat lijkt een energieneutrale aanpak eerder een noodzaak dan een compromis.